belegsel
zelfstandig naamwoord bə'lɛxsəlBetekenis
- dat wat men op een boterham doet om het smakelijker te maken
- iets waarmee men een oppervlak bedekt ter versiering of bescherming
Hoe spreek je belegsel uit?
/bəˈlɛxsəl/
Belegsel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belegsels | meervoud |
| belegseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| belegseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van beleggen met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van belegsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belegsels | meervoud | belegsel |
| belegseltje | verkleinwoord | belegsel |
| belegseltjes | verkleinwoord meervoud | belegsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belegsel zijn vastgelegd.