bejaardenpas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- legitimatiebewijs dat het bejaard zijn van een persoon moet aantonen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bejaardenpasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bejaardenpasjes | verkleinwoord, meervoud |
| bejaardenpassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bejaarde en pas met het invoegsel -n-
Woordfamilie van bejaardenpas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bejaardenpasje | verkleinwoord | bejaardenpas |
| bejaardenpasjes | verkleinwoord meervoud | bejaardenpas |
| bejaardenpassen | meervoud | bejaardenpas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bejaardenpas zijn vastgelegd.