begrotingstekort
zelfstandig naamwoord bə'ɣrotɪŋstəkɔrtBetekenis
- de mate waarin de inkomsten van de staat minder zijn dan de uitgaven
Hoe spreek je begrotingstekort uit?
/bəˈxrotɪŋstəkɔrt/
Begrotingstekort bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begrotingstekorten | meervoud |
| begrotingstekortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| begrotingstekortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van begroting zn en tekort zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van begrotingstekort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begrotingstekorten | meervoud | begrotingstekort |
| begrotingstekortje | verkleinwoord | begrotingstekort |
| begrotingstekortjes | verkleinwoord meervoud | begrotingstekort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begrotingstekort zijn vastgelegd.