begonia
zelfstandig naamwoord bə'ɣonijaBetekenis
- een geslacht bloeiende planten uit de begoniafamilie.
Hoe spreek je begonia uit?
/bəˈxonija/
Begonia bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| o | boot |
| n | nek |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Begonia van bloeiende planten uit de begoniafamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begonia's | meervoud |
| begoniaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| begoniaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
leenwoord uit het modern Latijn, eponiem dat als eerbetoon verwijst naar de Franse gouverneur van het tegenwoordige Haïti, M. Bégon ; in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1874
Woordfamilie van begonia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begonia's | meervoud | begonia |
| begoniaatje | verkleinwoord | begonia |
| begoniaatjes | verkleinwoord meervoud | begonia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begonia zijn vastgelegd.