beflijster
zelfstandig naamwoord ˈbɛflɛistərBetekenis
- een lijster die sterk op de merel lijkt met één duidelijk verschil, namelijk de witte band (bef) die de vogel over de borst heeft
Hoe spreek je beflijster uit?
/ˈbɛflɛistər/
Beflijster bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| f | fiets |
| l | land |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort lijster, Turdus torquatus, die sterk op de merel lijkt met één duidelijk verschil, namelijk de witte band (bef) over de borst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beflijsters | meervoud |
| beflijstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beflijstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bef zn en lijster zn
Woordfamilie van beflijster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beflijsters | meervoud | beflijster |
| beflijstertje | verkleinwoord | beflijster |
| beflijstertjes | verkleinwoord meervoud | beflijster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beflijster zijn vastgelegd.