beestenbende
zelfstandig naamwoordBetekenis
- smeerboel, teringbende
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beestenbenden | meervoud |
| beestenbendes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beest en bende met het invoegsel -en-
Woordfamilie van beestenbende
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beestenbenden | meervoud | beestenbende |
| beestenbendes | meervoud | beestenbende |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beestenbende zijn vastgelegd.