bedrijfswinst
zelfstandig naamwoord bə'drɛɪfswɪnstBetekenis
- het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van een onderneming
Hoe spreek je bedrijfswinst uit?
/bəˈdrɛifswɪnst/
Bedrijfswinst bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| s | sok |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedrijfswinsten | meervoud |
| bedrijfswinstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bedrijfswinstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bedrijf zn en winst zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bedrijfswinst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedrijfswinsten | meervoud | bedrijfswinst |
| bedrijfswinstje | verkleinwoord | bedrijfswinst |
| bedrijfswinstjes | verkleinwoord meervoud | bedrijfswinst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedrijfswinst zijn vastgelegd.