bedrijfsbezoek
zelfstandig naamwoord bə'drɛɪfsbəzukBetekenis
- een visite bij of excursie naar een bedrijf bijvoorbeeld door de Belastingdienst of door een onderwijsinstelling
Hoe spreek je bedrijfsbezoek uit?
/bəˈdrɛifsbəzuk/
Bedrijfsbezoek bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| s | sok |
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedrijfsbezoeken | meervoud |
| bedrijfsbezoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bedrijfsbezoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bedrijf en bezoek met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bedrijfsbezoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedrijfsbezoeken | meervoud | bedrijfsbezoek |
| bedrijfsbezoekje | verkleinwoord | bedrijfsbezoek |
| bedrijfsbezoekjes | verkleinwoord meervoud | bedrijfsbezoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedrijfsbezoek zijn vastgelegd.