bascule
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een weegschaal dat gebaseerd is op het principe van een hefboom
- een onderdeel van een hagelgeweer
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een weegschaal die gebaseerd is op het principe van een hefboom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bascules | meervoud |
| basculetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| basculetjes | verkleinwoord, meervoud |
| bascuultje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bascuultjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
* Ontleend aan het Franse bascule ‘balans, weegschaal’. In de betekenis van ‘weegwerktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van bascule
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bascules | meervoud | bascule |
| basculetje | verkleinwoord | bascule |
| basculetjes | verkleinwoord meervoud | bascule |
| bascuultje | verkleinwoord | bascule |
| bascuultjes | verkleinwoord meervoud | bascule |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bascule zijn vastgelegd.