barracuda
zelfstandig naamwoord ˌbɑraˈkudaBetekenis
- een baarsachtige zeeroofvis
Hoe spreek je barracuda uit?
/ˌbɑraˈkuda/
Barracuda bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| a | maan |
| k | kat |
| u | boek |
| d | dak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor baarsachtige zeeroofvissen uit het geslacht Sphyraena
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| barracuda's | meervoud |
| barracudaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barracudaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Spaans barracuda, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Woordfamilie van barracuda
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barracudaatje | verkleinwoord | barracuda |
| barracudaatjes | verkleinwoord meervoud | barracuda |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barracuda zijn vastgelegd.