baron
zelfstandig naamwoordBetekenis
- adellijke titel, in rang tussen jonkheer en graaf
zelfstandig naamwoord — masculine
- adellijke titel, in rang tussen jonkheer en burggraaf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baronnen | meervoud |
| baronnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baronnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| barons | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands, baroen, "edelman/vorst". Leenwoord uit het Oudfrans, waar het op zijn beurt was ontleend aan het Frankisch. In de betekenis van ‘adellijke titel’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van baron
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baronnen | meervoud | baron |
| baronnetje | verkleinwoord | baron |
| baronnetjes | verkleinwoord meervoud | baron |
| barons | meervoud | baron |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baron zijn vastgelegd.