barnsteen
zelfstandig naamwoord 'bɑrnstenBetekenis
- die tot de halfedelstenen wordt gerekend
Hoe spreek je barnsteen uit?
/ˈbɑrnsten/
Barnsteen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- fossiele hars (van de den Pinus succinifera) die tot de halfedelstenen wordt gerekend
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| barnsteentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barnsteentjes | verkleinwoord, meervoud |
| barnstenen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘harde hars, amber’ voor het eerst aangetroffen in 1315
Woordfamilie van barnsteen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barnsteentje | verkleinwoord | barnsteen |
| barnsteentjes | verkleinwoord meervoud | barnsteen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barnsteen zijn vastgelegd.