barkast
zelfstandig naamwoord 'bɑrkɑstBetekenis
- meubelstuk waarin flessen alcoholische drank en glazen bewaard en getoond kunnen worden
Hoe spreek je barkast uit?
/ˈbɑrkɑst/
Barkast bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| barkasten | meervoud |
| barkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bar zn en kast zn
Woordfamilie van barkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barkasten | meervoud | barkast |
| barkastjes | verkleinwoord meervoud | barkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barkast zijn vastgelegd.