bankboek
zelfstandig naamwoord ˈbɑŋɡbukBetekenis
- boek waarin men transacties van een bank noteert
- een voorraad obligaties en aandelen die de bank zelf in positie houdt om ermee te handelen
- verkorting voor spaarbankboekje
Hoe spreek je bankboek uit?
/ˈbɑŋgbuk/
Bankboek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| g | goal |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bankboeken | meervoud |
| bankboekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bankboekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bank zn en boek zn
Woordfamilie van bankboek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bankboeken | meervoud | bankboek |
| bankboekje | verkleinwoord | bankboek |
| bankboekjes | verkleinwoord meervoud | bankboek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bankboek zijn vastgelegd.