bandlid
zelfstandig naamwoord ˈbɛntlɪtBetekenis
- iemand die meespeelt in een muziekband
Hoe spreek je bandlid uit?
/ˈbɛntlɪt/
Bandlid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bandleden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van band zn en lid zn
Woordfamilie van bandlid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bandleden | meervoud | bandlid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bandlid zijn vastgelegd.