baccarat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gokspel met kaarten waarbij de (drie tot elf) deelnemers spelen tegen een bankhouder (baccarat banque) of onder elkaar (baccarat chemin-de-fer) en met twee kaarten en eventueel een derde, aanvullende kaart op negen of het dichtst daarbij uit moeten komen om de inzet te winnen
- fijn glaswerk met ruitjes oorspronkelijk afkomstig uit de Franse stad Baccarat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baccaratje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baccaratjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kansspel met kaarten’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van baccarat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baccaratje | verkleinwoord | baccarat |
| baccaratjes | verkleinwoord meervoud | baccarat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baccarat zijn vastgelegd.