baanbed
zelfstandig naamwoord 'banbɛtBetekenis
- deel van een weg waarover men rijdt; deel van een weg tussen de beide bermen
- grindlaag waarover de dwarsliggers van een spoorbaan liggen
Hoe spreek je baanbed uit?
/ˈbanbɛt/
Baanbed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baanbedden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van baan zn en bed zn
Woordfamilie van baanbed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baanbedden | meervoud | baanbed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baanbed zijn vastgelegd.