azijnzeiker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zo'n zuurpruim dat hij wel azijn moet zeiken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| azijnzeikers | meervoud |
| azijnzeikertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| azijnzeikertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van azijn en zeiker
Woordfamilie van azijnzeiker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| azijnzeikers | meervoud | azijnzeiker |
| azijnzeikertje | verkleinwoord | azijnzeiker |
| azijnzeikertjes | verkleinwoord meervoud | azijnzeiker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van azijnzeiker zijn vastgelegd.