autoweg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een weg waarop alleen gemotoriseerd verkeer zoals auto's, motorfietsen en vrachtauto's wordt toegelaten en waar voor dat verkeer toepasselijke voorzieningen zijn aangebracht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autowegen | meervoud |
| autoweggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autoweggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| autowegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autowegjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en weg
Woordfamilie van autoweg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autowegen | meervoud | autoweg |
| autoweggetje | verkleinwoord | autoweg |
| autoweggetjes | verkleinwoord meervoud | autoweg |
| autowegje | verkleinwoord | autoweg |
| autowegjes | verkleinwoord meervoud | autoweg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autoweg zijn vastgelegd.