autotrein
zelfstandig naamwoordBetekenis
- personentrein waarop men ook zijn auto of motor mee kan nemen, terwijl ze zelf verblijven in een ander deel van de trein
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autotreinen | meervoud |
| autotreintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autotreintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en trein
Woordfamilie van autotrein
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autotreinen | meervoud | autotrein |
| autotreintje | verkleinwoord | autotrein |
| autotreintjes | verkleinwoord meervoud | autotrein |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autotrein zijn vastgelegd.