autostoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zitplaats in een auto
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autostoelen | meervoud |
| autostoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autostoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en stoel
Woordfamilie van autostoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autostoelen | meervoud | autostoel |
| autostoeltje | verkleinwoord | autostoel |
| autostoeltjes | verkleinwoord meervoud | autostoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autostoel zijn vastgelegd.