autosleutel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- sleutel die toegang geeft tot een motorvoertuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autosleutels | meervoud |
| autosleuteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autosleuteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en sleutel
Woordfamilie van autosleutel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autosleutels | meervoud | autosleutel |
| autosleuteltje | verkleinwoord | autosleutel |
| autosleuteltjes | verkleinwoord meervoud | autosleutel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autosleutel zijn vastgelegd.