autoraam
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van de ramen van een auto
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autoraampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autoraampjes | verkleinwoord, meervoud |
| autoramen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto zn en raam zn
Woordfamilie van autoraam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autoraampje | verkleinwoord | autoraam |
| autoraampjes | verkleinwoord meervoud | autoraam |
| autoramen | meervoud | autoraam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autoraam zijn vastgelegd.