automobiel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gemotoriseerd voertuig op vier of meer wielen, auto
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| automobielen | meervoud |
| automobieltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| automobieltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zichzelf bewegend’ voor het eerst aangetroffen in 1896
Woordfamilie van automobiel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| automobielen | meervoud | automobiel |
| automobieltje | verkleinwoord | automobiel |
| automobieltjes | verkleinwoord meervoud | automobiel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van automobiel zijn vastgelegd.