autogordel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een riem die een inzittende van een auto beschermt bij een ongeluk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autogordels | meervoud |
| autogordeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autogordeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en gordel
Woordfamilie van autogordel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autogordels | meervoud | autogordel |
| autogordeltje | verkleinwoord | autogordel |
| autogordeltjes | verkleinwoord meervoud | autogordel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autogordel zijn vastgelegd.