autocratie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een regeringsvorm waarbij de macht wordt uitgeoefend door één man of vrouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autocratietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autocratietjes | verkleinwoord, meervoud |
| autocratieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onbeperkte heerschappij’ voor het eerst aangetroffen in 1799
Woordfamilie van autocratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autocratietje | verkleinwoord | autocratie |
| autocratietjes | verkleinwoord meervoud | autocratie |
| autocratieën | meervoud | autocratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autocratie zijn vastgelegd.