autobox
zelfstandig naamwoordBetekenis
- luidsprekers die in een auto gemonteerd zijn
- ruimte waarin een auto geparkeerd kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autoboxen | meervoud |
| autoboxje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autoboxjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto zn en box zn
Woordfamilie van autobox
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autoboxen | meervoud | autobox |
| autoboxje | verkleinwoord | autobox |
| autoboxjes | verkleinwoord meervoud | autobox |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autobox zijn vastgelegd.