audiëntie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- officieel bezoek van een lager geplaatst persoon bij een zeer hoog geplaatst persoon
- een ceremoniële hoorzitting, voor burgers door een persoon met een zekere bevoegdheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| audiënties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘officieel gehoor’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van audiëntie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| audiënties | meervoud | audiëntie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van audiëntie zijn vastgelegd.