au pair
zelfstandig naamwoord oˈpɛːrBetekenis
- jongere die in een buitenlands gezin als vergoeding voor kost en inwoning huishoudelijke werkzaamheden verricht
Hoe spreek je au pair uit?
/oˈpɛr/
Au pair bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| au pairs | meervoud |
Herkomst
van Frans au pair, in de betekenis van ‘jongere die in buitenland tegen kost en inwoning huishoudelijk werk doet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1986
Woordfamilie van au pair
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| au pairs | meervoud | au pair |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van au pair zijn vastgelegd.