attractiepark
zelfstandig naamwoord ɑ'trɑksipɑrkBetekenis
- een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
Hoe spreek je attractiepark uit?
/ɑˈtrɑksipɑrk/
Attractiepark bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| t | tak |
| r | rood |
| k | kat |
| s | sok |
| i | riet |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| attractieparken | meervoud |
| attractieparkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| attractieparkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van attractie en park
Woordfamilie van attractiepark
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| attractieparken | meervoud | attractiepark |
| attractieparkje | verkleinwoord | attractiepark |
| attractieparkjes | verkleinwoord meervoud | attractiepark |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van attractiepark zijn vastgelegd.