assistent-trainer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een hoofdtrainer helpt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| assistent-trainers | meervoud |
| assistent-trainertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| assistent-trainertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van assistent zn en trainer zn , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.I
Woordfamilie van assistent-trainer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| assistent-trainers | meervoud | assistent-trainer |
| assistent-trainertje | verkleinwoord | assistent-trainer |
| assistent-trainertjes | verkleinwoord meervoud | assistent-trainer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assistent-trainer zijn vastgelegd.