asfalt
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een mengsel van bitumen en minerale aggregaten, dat vooral als wegdek gebruikt wordt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| asfalten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mineraal hars’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1852
Woordfamilie van asfalt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| asfalten | meervoud | asfalt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van asfalt zijn vastgelegd.