aronskelk
zelfstandig naamwoord /arɔnskɛlək/Betekenis
- een plant van het geslacht Arum
Hoe spreek je aronskelk uit?
/arɔnskɛlək/
Aronskelk bestaat uit vier lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geslacht Arum van planten uit de aronskelkfamilie (Araceae). In Nederland komt de gevlekte aronskelk (Arum maculatum) voor en wordt de Italiaanse aronskelk (Arum italicum) als stinsenplant aangetroffen. Arum dioscoridis is een soort uit het oostelijke Middellandse Zeegebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aronskelken | meervoud |
| aronskelkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aronskelkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1836
Woordfamilie van aronskelk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aronskelken | meervoud | aronskelk |
| aronskelkje | verkleinwoord | aronskelk |
| aronskelkjes | verkleinwoord meervoud | aronskelk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aronskelk zijn vastgelegd.