aristocratie
zelfstandig naamwoord ˌarɪstokraˈ(t)siBetekenis
- regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van een kleine groep, de zogenaamde aristocraten, waarvan wordt verondersteld dat zij van nature de meest geschikte bestuurders zijn
- groep van mensen die als superieur wordt gezien
Hoe spreek je aristocratie uit?
/ˌarɪstokraˈtsi/
Aristocratie bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| k | kat |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aristocratieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘regering van de besten’ voor het eerst aangetroffen in 1583
Woordfamilie van aristocratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aristocratieën | meervoud | aristocratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aristocratie zijn vastgelegd.