arbeidsvermogen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de mate waarin iemand in staat is te werken
- de hoeveelheid arbeid die per tijdseenheid is verricht (vermogen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arbeidsvermogens | meervoud |
| arbeidsvermogentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| arbeidsvermogentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van arbeid en vermogen met het invoegsel -s-
Woordfamilie van arbeidsvermogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arbeidsvermogens | meervoud | arbeidsvermogen |
| arbeidsvermogentje | verkleinwoord | arbeidsvermogen |
| arbeidsvermogentjes | verkleinwoord meervoud | arbeidsvermogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arbeidsvermogen zijn vastgelegd.