arbeid
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
- de primaire productiefactor
- verhandelen van objecten door menselijke bewegingen op een welbepaalde locatie
- arbeid, werk
zelfstandig naamwoord — masculine
- inspanning
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van arbeiden
- gebiedende wijs van arbeiden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van arbeiden
Vervoeging van arbeid
arbeidhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘inspanning’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Afleidingen en samenstellingen
- arbeiden
- arbeidersbeweging
- arbeidersbuurt
- arbeidersgezin
- arbeidersklasse
- arbeiderspartij
- arbeidersraad
- arbeidersvrouw
- arbeiderswoning
- arbeidsaanbod
- arbeidsanalyse
- arbeidsbemiddelaar
- arbeidsbemiddeling
- arbeidsbeperking
- arbeidsbesparend
- arbeidsbureau
- arbeidsconflict
- arbeidscontract
- arbeidsdeelname
- arbeidsdeskundige
- arbeidsduur
- arbeidsduurverkorting
- arbeidsethos
- arbeidsgehandicapte