amsterdammertje
zelfstandig naamwoord /ɑmstər'dɑmərtjə/Betekenis
- een paaltje op het trottoir dat ongewenst parkeren voorkomt
- een ronde, gevulde koek, bestaande uit twee plakjes boterdeeg waartussen een mengsel van banketspijs en amandelspijs wordt gespoten
Hoe spreek je amsterdammertje uit?
/ɑmstərˈdɑmərtjə/
Amsterdammertje bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amsterdammertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; In de betekenis van ‘paaltje tegen parkeren op de stoep’ voor het eerst aangetroffen in 1974
Woordfamilie van amsterdammertje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amsterdammertjes | verkleinwoord meervoud | amsterdammertje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amsterdammertje zijn vastgelegd.