amfibie
zelfstandig naamwoord ˌɑmfiˈbiBetekenis
- een gewerveld dier dat zijn leven als een soort visje in het water begint en bij het opgroeien van gedaante verandert en op het land komt wonen
Hoe spreek je amfibie uit?
/ˌɑmfiˈbi/
Amfibie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| f | fiets |
| i | riet |
| b | bak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gewerveld dier dat zijn leven als een soort visje in het water begint en bij het opgroeien van gedaante verandert en op het land komt wonen
- amfibievoertuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amfibietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| amfibietjes | verkleinwoord, meervoud |
| amfibieën | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘in water en op land levend dier’ aangetroffen vanaf 1698.
Woordfamilie van amfibie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amfibietje | verkleinwoord | amfibie |
| amfibietjes | verkleinwoord meervoud | amfibie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amfibie zijn vastgelegd.