almanak
zelfstandig naamwoord ˈɑlmanɑkBetekenis
- een jaarlijkse publicatie met steeds terugkerende informatie op bepaalde gebieden, deels geordend volgens de kalender. In algemene almanakken kunnen astronomische gegevens gecombineerd worden met gegevens als de tijden van zonsopgang, zonsondergang, volle maan, getijden, maar ook dienstregelingen en openingstijden van overheidsinstellingen, feestdagen, posttarieven en weersvoorspellingen
Hoe spreek je almanak uit?
/ˈɑlmanɑk/
Almanak bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| almanakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| almanakjes | verkleinwoord, meervoud |
| almanakken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘kalenderboekje’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van almanak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| almanakje | verkleinwoord | almanak |
| almanakjes | verkleinwoord meervoud | almanak |
| almanakken | meervoud | almanak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van almanak zijn vastgelegd.