allocutie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toespraak meer in het bijzonder van de paus (voor een bepaalde doelgroep over een actueel onderwerp. (voornamelijk aan het college van kardinalen of - tijdens een concilie - voor de concilievaders))
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| allocuties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘toespraak’ voor het eerst aangetroffen in 1654
Woordfamilie van allocutie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| allocuties | meervoud | allocutie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van allocutie zijn vastgelegd.