alleluja
zelfstandig naamwoord /ɑleˈluja/Betekenis
- oproep in een aantal psalmen om de Heer te prijzen (24× in OT: Ps. 104:35 +; ook 4× in NT)
Hoe spreek je alleluja uit?
/ɑleˈluja/
Alleluja bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| e | veel |
| u | boek |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alleluja's | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands allelua en Latijn alleluia tw van Hebreeuws הללויה tw , letterlijk: "prijst de Heer"; in de betekenis van ‘tussenwerpsel: lofkreet’ voor het eerst aangetroffen in 1330
Woordfamilie van alleluja
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alleluja's | meervoud | alleluja |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alleluja zijn vastgelegd.