allegro
bijwoord, zelfstandig naamwoord ɑˈleɡroBetekenis
- opgewekt en levendig gespeeld zodat het vrolijk klinkt
- in allegrovorm: een (meestaal verkorte) woordvorm van een snel gesproken woord, bijv. zo'n voor 'zo een'; vaak gebruikelijk voor dialecten en in muziekteksten
- muziekstuk of deel daarvan dat opgewekt en levendig gespeeld moet worden
- opgewekt, vrolijk, levendig
allegro in een zin
- Het derde deel moet allegro gespeeld worden.
- Na het trage begin volgde een vrolijke allegro.
- De dirigent nam het allegro net iets sneller.
Hoe spreek je allegro uit?
/ɑˈlegro/
Allegro bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| e | veel |
| g | goal |
| r | rood |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
van Italiaans allegro, in de betekenis van ‘bijwoord: vrolijk’ aangetroffen vanaf 1695
Woordfamilie van allegro
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| allegro's | meervoud | allegro |
| allegrootje | woordvorm | allegro |
| allegrootjes | meervoud | allegro |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van allegro zijn vastgelegd.