alarm
zelfstandig naamwoord /alɑrṃ/Betekenis
- een waarschuwing tegen gevaar
- alarminstallatie
Hoe spreek je alarm uit?
/alɑrṃ/
Alarm bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| l | land |
| ɑ | bad |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — neuter
- wekker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alarmen | meervoud |
| alarmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| alarmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Via Frans alarme, te herleiden tot Italiaans all'arma, "te wapen" (< Latijn arma. In de betekenis van ‘noodsein, onrust’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Woordfamilie van alarm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alarmen | meervoud | alarm |
| alarmpje | verkleinwoord | alarm |
| alarmpjes | verkleinwoord meervoud | alarm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alarm zijn vastgelegd.