airco
zelfstandig naamwoord ˈɛːrkoBetekenis
- airconditioning
airco in een zin
- Zet de airco wat lager, het is hier ijskoud.
- In de auto deed de airco het al weken niet.
- Door de hitte draaide de airco de hele dag door.
Let op: Het meervoud krijgt een apostrof: airco's.
Hoe spreek je airco uit?
/ˈɛrko/
Airco bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| airco's | meervoud |
| aircootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aircootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
uit het Engels
Woordfamilie van airco
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| airco's | meervoud | airco |
| aircootje | verkleinwoord | airco |
| aircootjes | verkleinwoord meervoud | airco |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van airco zijn vastgelegd.