airbag
zelfstandig naamwoord ˈɛːrbɛːkBetekenis
- systeem in voertuigen waar bij een botsing snel een zak wordt opgeblazen ter bescherming van de inzittenden
Hoe spreek je airbag uit?
/ˈɛrbɛk/
Airbag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| b | bak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| airbags | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ballon in het dashboard van een auto die zich bij botsing opblaast’ voor het eerst aangetroffen in 1994
Woordfamilie van airbag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| airbags | meervoud | airbag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van airbag zijn vastgelegd.