afzetting
zelfstandig naamwoord ˈɑfsɛtɪŋBetekenis
- iets waarmee je mensen kunt tegen houden zoals bijvoorbeeld een hek of een link
- amputatie van een lichaamsdeel
Hoe spreek je afzetting uit?
/ˈɑfsɛtɪŋ/
Afzetting bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- plek (in de bodem of een vloeistof) waarin bepaalde stoffen zijn terechtgekomen door neerslaan of bezinken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afzettingen | meervoud |
| afzettinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afzettinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afzetten met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afzetting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afzettingen | meervoud | afzetting |
| afzettinkje | verkleinwoord | afzetting |
| afzettinkjes | verkleinwoord meervoud | afzetting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afzetting zijn vastgelegd.