afschuiving
zelfstandig naamwoord ˈɑfsxœyvɪŋBetekenis
- een geologische breuk waarbij delen van een planeetkorst uit elkaar getrokken worden enhet gesteente in tweeën gebroken, waarna één blok langs het schuine breukvlak van het andere naar beneden glijdt
- een vorm van bezwijking bij dijken en andere grondkerende constructies waarbij de ene grondlaag zich ten opzichte van een onderliggende grondlaag beweegt en er zich een spleet tussen beide grondlagen vormt
- een vorm van plastische vervorming in een kristallijn materiaal onder invloed van dislocatiebeweging, waarbij een uitwendig aangebrachte spanning delen van het kristalrooster langs elkaar doet glijden en zo voor een veranderende geometrie van het materiaal zorgt
Hoe spreek je afschuiving uit?
/ˈɑfsxœyvɪŋ/
Afschuiving bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| x | acht |
| œy | huis |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een geologische breuk waarbij delen van een planeetkorst uit elkaar getrokken worden en het gesteente in tweeën gebroken, waarna één blok langs het schuine breukvlak van het andere naar beneden glijdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afschuivingen | meervoud |
| afschuivinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afschuivinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afschuiven met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afschuiving
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afschuivingen | meervoud | afschuiving |
| afschuivinkje | verkleinwoord | afschuiving |
| afschuivinkjes | verkleinwoord meervoud | afschuiving |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afschuiving zijn vastgelegd.