afscheidbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een ruimte dat je het kunt afsluiten, afgrenzen van een andere ruimte
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afscheidbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| afscheidbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| afscheidbaarders | partitief, vergrotende trap |
| afscheidbaars | partitief, stellende trap |
| afscheidbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| afscheidbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| afscheidbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afscheiden met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van afscheidbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afscheidbaarder | vergrotende trap | afscheidbaar |
| afscheidbaardere | verbogen vergrotende trap | afscheidbaar |
| afscheidbaarders | partitieve vergrotende trap | afscheidbaar |
| afscheidbaars | partitive, positive | afscheidbaar |
| afscheidbaarst | uninflected, superlative | afscheidbaar |
| afscheidbaarste | inflected, superlative | afscheidbaar |
| afscheidbare | verbogen vorm | afscheidbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afscheidbaar zijn vastgelegd.