afroeper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die met luide stem een mededeling doet in de publieke ruimte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afroepers | meervoud |
| afroepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afroepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afroepen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afroeper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afroepers | meervoud | afroeper |
| afroepertje | verkleinwoord | afroeper |
| afroepertjes | verkleinwoord meervoud | afroeper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afroeper zijn vastgelegd.