afkeer
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een sterke behoefte om zich tegen iets te keren omdat je het vervelend of verkeerd vindt
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afkeren
Vervoeging van afkeer
afkeerhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘weerzin’ voor het eerst aangetroffen in 1611